Waarom AI om leiderschap vraagt en IBP het startpunt is van vertrouwen
AI komt steeds vaker voor in het klaslokaal. Soms zichtbaar, zoals een leerling die feedback krijgt van een adaptieve leerapp. Soms meer op de achtergrond, bijvoorbeeld als een IB’er rapportages voorbereidt met ChatGPT of CoPilot. De toepassingen zijn er al. De vraag is: wie bepaalt of dat wenselijk is en op basis waarvan?
Dat zijn geen vragen voor de ict’er of leerkracht alleen. Daar horen degenen die verantwoordelijk zijn voor strategie en beleid bij aan tafel. Want als technologie invloed heeft op keuzes over leerlingen, ondersteuning en beoordeling, dan moet je daar als organisatie zelf goed over nadenken. Wat vind je als bestuur wenselijk, wat past bij je waarden en wat wil je vooral níét?
Van ‘we zien het wel’ naar koers bepalen
Veel schoolbesturen weten dat er iets moet gebeuren met AI, maar zitten nog in de fase van verkenning. Wat speelt er precies binnen onze organisatie? Wanneer loop je risico’s? En wat zegt de wet daar eigenlijk over?
Met de komst van de Europese AI-verordening wordt die urgentie groter. Toepassingen die iets zeggen over gedrag of leerprestaties van leerlingen, bijvoorbeeld adaptieve leersystemen of voorspellingen over schoolloopbanen, vallen straks onder strenge regels. Dan moet je als bestuur kunnen laten zien dat je bewuste keuzes maakt en dat je weet wat de risico’s zijn.
Dat vraagt om meer dan alleen juridische kennis. Het vraagt ook om pedagogisch inzicht en om bestuurlijke moed: durven zeggen waar je als organisatie voor staat, ook als een tool technisch gezien mag worden ingezet. AI is niet neutraal, de manier waarop je het gebruikt, zegt iets over hoe je naar kinderen kijkt, hoe je leert en wat je onder goed onderwijs verstaat.
IBP als houvast
In plaats van remmend, werkt IBP hierin richtinggevend. Het helpt om scherp te krijgen waarom je iets wilt, wat de impact is op leerlingen en medewerkers en hoe je daar zorgvuldig mee omgaat.
Een goed ingericht IBP-beleid geeft structuur. Het voorkomt losse beslissingen en maakt duidelijk wanneer je extra stappen moet zetten, zoals het uitvoeren van een DPIA of het aanpassen van je contracten met leveranciers. Bovenal zorgt het voor vertrouwen binnen en buiten de organisatie.
Wat vaak helpt, is om technologie niet als losstaand thema te behandelen, maar te koppelen aan bestaande onderwijsvragen. Wat willen we bereiken met adaptieve leermiddelen? Hoe kunnen we signaleren of leerlingen uitvallen? Welke ondersteuning hebben leraren nodig in hun dagelijkse werk? Kortom: welke invloed heeft dit op onze kerntaken? Als AI daar een rol in speelt, wordt het gesprek vanzelf concreter en minder abstract.
Een ander belangrijk aandachtspunt is transparantie. Ouders, leerlingen en medewerkers hebben recht op uitleg. Wat doet de technologie precies? Wat wordt er opgeslagen? En wie kijkt er mee? Als die vragen vooraf worden meegenomen in de besluitvorming, voorkom je dat er achteraf onrust of weerstand ontstaat.
Wat werkt in de praktijk
Een aanpak die werkt, begint met overzicht. Wat is er al in gebruik? Welke AI-toepassingen worden ingezet door staf, leraren of IB’ers? En waar ontstaan twijfels of praktische vragen, bijvoorbeeld over de betrouwbaarheid van AI-uitkomsten, of het delen van informatie met ouders?
Soms blijkt bij zo’n inventarisatie dat AI-toepassingen al verder zijn geïntegreerd dan gedacht. Denk aan dashboards die voorspellingen doen over leerresultaten, of tools die automatisch teksten samenvatten. Juist doordat deze tools vaak gebruiksvriendelijk zijn, sluipen ze ongemerkt het onderwijs in. Het is daarom essentieel om regelmatig stil te staan bij wat er écht gebeurt in de praktijk.
De beste oplossingen ontstaan als verschillende rollen samen optrekken. Als PO’s, FG’s, schooldirecteuren en beleidsadviseurs samen bespreken wat werkbaar is en waar grenzen liggen. Dat levert niet alleen beter beleid op, maar ook begrip en draagvlak. Het voorkomt dat medewerkers het gevoel hebben dat ze worden afgerekend op keuzes die ze niet zelf hebben gemaakt.
Een voorbeeld: een school die generatieve AI wil gebruiken bij het opstellen van oudercommunicatie, ontdekte tijdens een sessie dat leerkrachten zich zorgen maakten over de toon van die teksten. Door samen te kijken naar voorbeelden, ontstond ruimte voor kaders die het werk makkelijker maken én aansluiten bij de waarden van de school. Zo wordt beleid niet opgelegd, maar ontwikkeld in samenwerking.
Wat vraagt de AI Act concreet?
De AI Act maakt onderscheid tussen toepassingen met onaanvaardbaar, hoog of laag risico. Voor het onderwijs zijn met name de hoogrisico-toepassingen van belang. Daaronder vallen onder meer:
- AI die leerlingen beoordeelt of selecteert
- Systemen die gedrag of prestaties monitoren
- Toepassingen die advies geven op basis van patroonherkenning
Voor dit soort systemen geldt straks dat ze uitlegbaar moeten zijn, getoetst op risico’s en juridisch verantwoord binnen de bestaande privacywetgeving. Bovendien moet het bestuur kunnen laten zien dat er intern is nagedacht over proportionaliteit, doelbinding en rechten van betrokkenen.
Naast deze verplichtingen zal ook de maatschappelijke verwachting toenemen. Scholen worden aangesproken op hun keuzes. De vraag zal niet alleen zijn: mag dit? Maar vooral ook: waarom doen jullie dit en wat betekent het voor mijn kind? Dat gesprek vraagt om voorbereiding, om openheid, en om duidelijke communicatielijnen.
Laten we het daar eens over hebben
FLEXfg helpt schoolbesturen om in beweging te komen. Niet met kant-en-klare antwoorden, maar door samen te verkennen wat binnen de bestuurscontext nodig is. We kijken wat er al gebeurt, welke vragen leven en hoe je als bestuur koers kunt bepalen. Op een manier die past bij de praktijk van vandaag en de ambities van morgen.
Dat begint vaak met een inventarisatie: welke toepassingen zijn er al? Vervolgens verkennen we met bestuur, staf en uitvoering wat daarin wenselijk en werkbaar is. We helpen bij het opstellen van praktische kaders, het duiden van juridische verplichtingen en het voeren van het gesprek met betrokkenen. Altijd afgestemd op het ritme en de cultuur van de organisatie.
Ook ondersteunen we bij bewustwording in het team en bij het ontwikkelen van communicatie die uitlegbaar en transparant is. Zo ontstaat er niet alleen een beleidsstuk, maar een gedeelde basis voor verantwoord AI-gebruik binnen de hele organisatie.
En dus…
AI in het onderwijs is er al. De vraag is niet óf je er iets mee moet, maar hoe je voorkomt dat het je overkomt. Koers kiezen betekent eigenaarschap nemen en dat kan alleen als je weet wat je wilt.
Wat wil jij dat AI bijdraagt aan jouw organisatie en wat heb je nodig om daar met vertrouwen op te sturen?